Monthly Archives: June 2014

Classical Pop

Er zijn veel mooie huwelijken gesloten tussen klassieke en popmuziek. In vrijwel alle genres zie je op een gegeven moment de fusie van oude en nieuwe muziek. Het laatste voorbeeld komt van Clean Bandit, die een buitengewoon geslaagde mix maken van elektronische muziek met klassieke invloeden. In de openingstrack (Mozart’s House) van hun eerste album (New Eyes) wordt vrij geciteerd uit het oeuvre van Mozart.

Het album heeft alles in zich om de soundtrack van deze zomer te worden. De tophit Rather Be stond al weken op 1 en ik voorspel dat de nieuwe single Extraordinary ook een dikke hit wordt.

Begin jaren ’80 maakte Malcolms McLaren, de man die The Sex Pistols had groot gemaakt, een album uit met moderne versies van beroemde aria’s uit opera’s. De grote hitsingle was Madame Butterfly naar de opera van Puccini! Het verhaal van de opera verteld met de beroemde aria Un Bel Di Vedremo als achtergrond. De soft-erotische videoclip deed de rest. Een culthit was geboren. Het was mijn eerste kennismaking met veel beroemde opera’s. Voor wie er geen genoeg van kan krijgen: het hele album Fans is fantastisch!

Het enorme succes van Stars on 45 kreeg veel vervolg. Het geesteskind van de Nederlandse topproducer Jaap van Eggermont startte met een Beatlesmedley, die nummer 1 in Amerika werd! Hij maakte zelf een aantal succesvolle vervolgen, maar hij inspireerde ook anderen, die een graantje van het succes wilden meepikken. The Royal Philharmonic Orchestra verzon de variant Hooked on Classics en had met de klassieke medley een Top 40-hit. Als deejay heb ik het een paar keer gedraaid in een nostalgisch blokje tot groot enthousiasme van een selecte groep!

Laat me weten welke voorbeelden van combi’s van pop en klassiek jij het meest geslaagd vindt!

Leiden en Genua (La Superba)

De kans dat je in de jaren ’80 Maarten ‘t Hart op de fiets in Leiden tegenkwam was best groot. Hij werkte nog bij de universiteit en was net doorgebroken bij het grote publiek na de film Een Vlucht Regenwulpen. Het grapje ging onder studentes, dat je niet te enthousiast naar de man moest kijken, als je hem tegenkwam. Voor je het weet kreeg je een ongewenste rol in zijn nieuwste boek toebedeeld.Maarten 't Hart

Een andere opvallende verschijning in de stad was Ilja Leonard Pfeijffer. Ik kwam hem regelmatig tegen op straat met zijn grote lichaam en zijn lange haar. Elke keer dacht ik: “Dat is die schrijver van dat baggerboek!” Hij kreeg een nominatie voor Het Grote Baggerboek, waarmee hij bekend werd. Hij verruilde echter Leiden en Nederland voor een leven in Italië om precies te zijn in Genua en daarover handelt zijn laatste roman La Superba, dat onlangs de Libris Literatuurprijs won. Reden genoeg om eens werk van deze zonderlinge ex-Leidenaar te gaan lezen.

La Superba heeft één hoofdpersoon en dat is de stad Genua. Ik ben er nooit geweest en weet niet of mijn reisbereidheid naar de stad door dit boek vergroot is of niet. Pfeijffer beschrijft de stad als een soort onaangepaste vrijstaat, waar je constant verdwaalt en die bevolkt wordt door onfrisse en ongure types. Handel staat centraal, ook van illegale waar, zoals drugs en mensen. De bevolking lijkt te bestaan uit vluchtelingen, prostituees, cruisetouristen, travestieten, oplichters en allerhande gelukzoekers. Een beetje zoals mediterrane havensteden nou eenmaal bekend staan. Denk aan bijvoorbeeld Marseille.

In het boek, dat nogal rommelig en ongestructureerd aanvangt, vertelt Pfeijffer over het mooiste meisje van Genua, over een leegstaand theater dat hij met een compagnon wil kopen en gaan uitbaten, over de situatie van vluchtelingen uit Afrika (het is bijna mensenhandel), over travestieten, over tv-programma’s als Ik Vertrek en over een been dat hij op straat vindt. Gaandeweg krijgt het boek meer eenheid en blijkt de roman een aaneenrijging van verhalen met Genua als verbindend element. In het begin zijn alle straatnamen, pleinen en parken voor de lezer veel ballast, maar dat dient blijkbaar om de stad als ondoorgrondelijk te karakteriseren. De stijl van Pfeijffer doet me vaak aan Jan Wolkers in zijn beste periode denken: rauw, plastisch en geen blad voor de mond.

De NRC biedt nu zelfs een reis aan naar Genua, waar Pfeijffer samen met Redmond O’Hanlon u wegwijs maken in de stad. Na het lezen van La Superba krijg je wel sterk het gevoel, dat je de stad niet op eigen houtje moet gaan verkennen. Daar kom je niet zonder kleerscheuren uit, lijkt de boodschap van het boek. In deze tijden van ontlezing en illegale e-books is dit blijkbaar een nieuwe manier van schrijvers om een centje bij te verdienen. Het past mooi bij het beeld uit zijn eigen roman. In Genua moet je alles aanpakken om te overleven. Hij had ook in Leiden kunnen blijven, maar dat had waarschijnlijk een minder verrassend boek opgeleverd.

20140616-004446-2686127.jpg

One Day @ Pinkpop

Ik had een kaartje gewonnen via een prijsvraag van de Nieuwe Revu. De vraag ging over Living Colour en ik won! Een beetje flauw dat de prijs maar uit één kaartje bestond, maar een gegeven paard… 1991 was het enige jaar dat ik op Pinkpop was. De line-up was erg interessant vond ik. Er was nog maar één podium, dus je hoefde niet na te denken waar je naar toe ging.

Pinkpop 1991Het was een teringeind met de trein. Ik ging met de eerste trein uit Leiden en miste nog steeds de eerste band. Dat was The Tragically Hip. Ik weet niet of ik er veel van gemist heb. Voor mij begon het programma met Tröckener Kecks, die toen op hun top waren met het album Met Hart en Ziel. Zanger Rick de Leeuw had het erg naar zijn zin en terecht. Het was stralend mooi weer en het veld was vol met muziekliefhebbers. Luka Bloom was vooral bekend door zijn akoestische versie van de rap-hit I Need Love van LL Cool J. Joe Jackson was al over zijn houdbaarheidsdatum, maar bleef een goede performer. Living Colour was op hun top, maar kregen niet echt aansluiting met het publiek. Daarentegen kreeg Lenny Kravitz, die net zijn tweede album Mama Said uit had het hele veld mee. Vooral bij Let Love Rule waande je je bij een hippiefestival begin seventies. The Happy Mondays sloten af met een rommelige, maar wel dansbare set.

Sindsdien volg ik Pinkpop vooral op tv. Vanaf midden jaren ’90 zond de publieke omroep er heel veel van uit. Net als in mijn jeugd, toen ik Bono op tv in de stellages zag klimmen. Ik kende geen nummer van U2, maar sindsdien ben ik dat bandje een beetje gaan volgen. Elk jaar ontdek ik wel wat moois, dat ik nog niet of amper kende. Bands en acts als Live, Muse, Mando Diao, Krezip, The Script, Hurts, 30 Seconds To Mars heb ik vooral op deze manier leren kennen. En soms is het gewoon heel leuk om te zien hoe favoriete bandjes het doen. Een paar jaar geleden was het een feest der herkenning bij Madness (die ik ooit op Parkpop zag!). Na Pinkpop twee jaar geleden kocht ik voor het eerst weer een Bruce Springsteen album (Wrecking Ball), die ik geweldig vind. PapaoutaiEn dit jaar genoot ik van Editors en Bastille en kijk ik uit naar Clean Bandit, Stromae en Arcade Fire. Voor mij is het Pinkpop gevoel dus vooral op de bank voor de tv (en volgens jaar op de stream, als ik geen tv-abonnement meer heb!)

Zie ook de volgend blogs:

No Satisfaction (Stones @ Pinkpop)

Bilingual (Stromae)

No Satisfaction (Pinkpop 1)

Deze week traden Kings Of Leon op in Ziggo Dome. In interviews hebben de recalcitrante bandleden al meermalen laten weten dat ze er schoon genoeg van hebben om hun grootste hit Sex On Fire steeds te moeten spelen. Hoeveel bandjes zouden geen moord doen om zo’n hit op hun repertoire te hebben (alleen van de royalties van dat nummer kun je rentenieren!) Maar het is wel begrijpelijk dat een band een haat-liefde verhouding met hun grootste hit kan opbouwen.

In 2009 zag ik de band voor het eerst in een kolkend hete Ahoy Rotterdam. Sex On Fire was de radiohit van dat jaar en Use Somebody was ook al een instant klassieker. De band had er toen al een handje van om weinig enthousiasme uit te stralen op het podium. Hun doorbraakhit Knocked Up speelden ze toen net als nu niet.

Het doet me denken aan dat andere bandje dat dit jaar in Nederland (misschien wel voor de allerlaatste keer) optreedt: The Rolling Stones. Wat er ook gebeurt en hoe geweldig hun repertoire ook is. Zij ontkomen er ook niet aan om die ene hit te spelen. Een toepasselijker titel voor zo’n nummer is er bijna niet: I Can Get No Satisfaction.

Nou hebben The Stones sinds Under Cover Of The Night uit 1983 geen behoorlijke plaat meer gemaakt. Echt grote hits hebben ze ook niet echt meer gehad. Eigenlijk ging het mis toen Mick Jagger zo nodig aan zijn solo-carrière ging werken. Het werd noch muzikaal, noch commercieel een succes. Als krasse knarren bleef de band touren langs alle megastadions en grote grasvelden, zelfs na hun pensioengerechtigde leeftijd. Het heeft onze taal verrijkt met de term rock ‘n rollator!

Dit jaar zorgden ze ervoor dat Pinkpop in record tijd uitverkocht was (dat lukte Kings Of Leon vorig jaar dan weer niet!). De mythe van de Stones is nou eenmaal groter dan hun muzikale prestaties van de laatste twintig jaar. Ze kunnen putten uit een muziekcatalogus van jewelste met geweldige covers en vooral veel uitstekende tophits. Tot mijn topfavorieten behoren Sympathy For The Devil, Waiting On A Friend, Miss You, Angie, Paint It Black en You Can’t Always Get What You Want.

De bijzondere motoriek van de frontman van The Stones blijft invloedrijk. Het was de inspiratie voor een van de grootste hits van de afgelopen jaren: het aanstekelijke Move Like Jagger van Maroon 5 (samen met Christina Aguilera).