Monthly Archives: September 2014

A Most Wanted Man

De eerste film die ik zag met Philip Seymour Hoffman was Boogie Nights uit 1997. Daarin speelt hij de iets te dikke, sullige geluidsman die verliefd wordt op de Dirk Diggler (gespeeld door Mark Wahlberg), de zwaar geschapen ster uit de erotische films van eind jaren ’70.

IMG_0356.PNG

Boogie Nights

Vervolgens kwam je hem steeds vaker tegen in steeds grotere rollen, zowel in arthouse als in mainstream films. Zijn rol als dandy Truman Capote was goed voor een Oscar. Maar als bad guy in bijvoorbeeld Mission Impossible III stond hij er ook!

Nu is hij niet meer en lag er nog een film op de plank: A Most Wanted Man onder regie van de Nederlander Anton Corbijn. Deze spionagethriller gaat over een geheime afdeling binnen de Duitse geheime dienst. Ze opereert in Hamburg onder de radar en hoopt via een klein netwerk terrorisme tegen te gaan.
De Tsjetsjeense Issa Karpov arriveert via de haven in Hamburg en wordt een doelwit van de eenheid. Onduidelijk is of hij van goede of kwade wil is. Uiteindelijk is hij vooral interessant omdat via hem een grotere vis kan worden gevangen. Dit is een verlichte moslimprofessor die voor goede doelen geld inzamelt, maar tegelijkertijd moslimextremisten aan wapens helpt. Ondertussen werken de verschillende geheime diensten van verschillende landen elkaar verschrikkelijk in de weg.
Een goede film met een goed overzichtelijk verhaal (het blijft netjes binnen de lijntjes), mooie beelden en goede acteurs. Het is niet superspannend, maar je blijft wel continu geboeid.

IMG_0357.JPG

Enemy (Jake vs Jake)

De opening van deze psychologische thriller vindt plaats tijdens een peepshow. Het zou zonde zijn de clou van deze ijzersterke scène weg te geven! Dat doe ik niet, maar die belooft veel voor de rest van de film.
Jake Gyllenhaal is een wat suffe universiteitsdocent in Toronto. Af en toe komt een soort vriendin langs voor de sex, maar verder gebeurt er weinig in zijn leven.
Tot hij van een collega de tip krijgt over een film van een lokale filmmaker. Hij huurt hem bij de videotheek. Tot zijn verbijstering blijkt een piepklein rolletje in de film te worden gespeeld door iemand die als twee druppels water op hem lijkt.
Hij speurt de acteur op en in het echt zijn ze elkaars evenbeeld. Zelfs een litteken op hun buik is identiek.
Dit is het begin van een verwikkeling waarbij de twee mannen op een gegeven moment van plek (en vrouw) wisselen. Voor een acteur moet het geweldig zijn om tegenover jezelf te spelen. Jake doet dit met verve. De film is soms lastig te volgen, omdat je op een gegeven moment niet meer goed uit elkaar kan houden wie wie is. De film doet denken aan experimentele thrillers uit voorbije decennia, maar het is best onderhoudend en fascinerend.

Mon Ventoux

Niet iedereen kan het navertellen. Op 800 meter van de top is een gedenksteen voor de legendarische Tom Simpson. Deze profwielrenner stierf in het harnas op de top van de Mont Ventoux. En met een van de personages uit de roman Ventoux van Bert Wagendorp liep het evenmin goed af. Geen idee of dat boek autobiografisch is.
/>IMG_4228.JPG
Mijn verhaal is minder dramatisch, maar wel heroïsch! Ik was een dag eerder in Zuid-Frankrijk gearriveerd dan gepland. Op zondag reizen is zo gek nog niet. Twaalf uur na vertrek uit Leiden was ik in Carpentras. Het was prachtig weer, maar voor maandag was de voorspelling minder duidelijk. Het zou waarschijnlijk in de middag gaan onweren en regenen. Dus besloot ik vroeg op te staan om de regen voor te zijn. Om 8.15 uur startte ik in Bédoin aan de befaamde tocht. Die bestaat uit vier stukken. Eerst 6 kilometer met gemiddeld een stijging van 6% en daarna De Hel in het bos met stijgingen tussen de 9 en 10%. Na De Hel kom je in het kale landschap met eerst 6 kilometer zo’n 7% en als afsluiter een heel steile laatste kilometer.

De zon was ver te zoeken, dus viel de temperatuur reuze mee. De aangekondigde vliegen en insecten in het bos waren er niet. Dat waren de enige voordelen van deze tocht. Want 22 kilometer klimmen had ik niet eerder gedaan. Dat is echt afzien! Toen ik eenmaal het weerstation in zicht had, gaf dat een enorme kick, maar de laatste kilometer was echt killing! Ik had voor het eerst de neiging uit mijn zadel te komen; ik kwam heel even onder de 7 km per uur; in de verte hoorde ik donder en tot overmaat van ramp werd ik door een oude kerel ingehaald!
IMG_4234.JPG
Na 2 uur 10 minuten was ik op de top. Eenmaal boven zat genieten er niet lang in. Want het weer bovenop de Ventoux sloeg als een blad aan de boom om. Het werd mistig en ging regenen. Dat had ik niet ingepland. Afdalen vind ik al geen pretje, laat staan in stromende regen. Ik had echter geen keus: boven blijven is geen optie. Dus op hoop van zegen naar beneden. Dan merk je eigenlijk pas echt hoe steil het is. Ik moest af en toe stoppen omdat ik geen gevoel meer in mijn handen had van het harde knijpen in de remmen. Ik was doorweekt en raakte lichtelijk onderkoeld, getuige het klapperen van mijn tanden (of is dat angst?). Drie kwartier, 22 kilometer afdalen en enkele schietgebedjes aan Moeder Maria verder kwam ik aan in Bédoin.

Hiermee is mijn ultieme doel van het wielerseizoen bereikt. Ik ben blij dat ik het heb gedaan en dat ik nog alive and kicking ben!

Lees ook mijn blog over de roman Ventoux: Bicycle Race.

<br

Dolce Vita (Italo)

Begin jaren ’80 was er een interessante stroming in de popmuziek: Italo Disco. Toeristen ontdekten deze vrolijke, ongecompliceerde nummers en namen ze mee terug naar huis. In navolging van de Italiaanse discopionier Giorgio Moroder zorgde de synthesizer voor de elektronische klanken.

De nummers waren in het Italiaans, Spaans of Engels en bezongen vooral het zonnige en vrolijke Italië. Vamos A La Playa, Happy Station, Ti Sento en mijn favoriet Ma Quale Idea (Balla) van Pino d’Angio. Ik heb inmiddels vooral de steden van het land leren kennen. Perugia, Siena, San Gimignano, Milaan, Verona en Venetië. Stuk voor stuk mooie steden met elk hun eigen verhaal en unieke charme. Dit jaar stonden Pisa en Florence op het programma. Mijn vorige bezoek aan Florence was kort en extreem nat! Dit jaar was er meer tijd en meer zon om een van de mooiste steden ter wereld te bezoeken. Het Uffizi met de Primavera en de Geboorte van Venus (Botticelli). De Accademia met de David van Michelangelo. De tuinen van Boboli, Palazzo Vecchio, de Dom en Ponte Vecchio.
/>IMG_0353.JPG
In Pisa draait alles uiteraard om de klokkentoren die meer dan 5 graden uit het lood staat. Het is al bijzonder om dit te zien, maar het beklimmen is een heel aparte gewaarwording. Lopend op de ronde trappen speelt de zwaartekracht een spannend spel met je. Het is lastig om je evenwicht te bewaren, omdat je met de toren meehelt. Het is een gevoel alsof je zeebenen hebt. Het uitzicht over de Kathedraal en bijhorende gebouwen en de stad is een echte beloning.

Genietend van de schoonheid van het volk en de cultuur, het lekkere eten en het stralende weer bleef dit ultieme Italo-liedje en zomerhit van Ryan Paris maar in mijn hoofd opduiken. Terug in Nederland veroorzaakt het een gevoel van heimwee: Back to the 80’s en La Dolce Vita.

Lees ook mijn blogs over:
Giorgio Moroder
Inferno
Genua (La Superba)

The Fountainhead

Ik weet haar naam niet meer, maar het was een beetje zonderlinge huisgenoot in het eerste studentenhuis waar ik woonde: Hoge Woerd 129A om precies te zijn. Ze studeerde rechten en probeerde iedereen in huis zover te krijgen om de romans van Ayn Rand te lezen. Zo raakte ook ik in aanraking met het werk van de Amerikaanse filosofe, die uit de Sovjet-Unie wasAyn Rand gevlucht en haar ideeën in redelijk toegankelijke romans wist te verpakken.

The Fountainhead was het eerste boek, dat ik van haar las en het maakte een verpletterende indruk op me. In die tijd begaf ik mij vooral in linkse kringen in Leiden en de ideeën van mevrouw Rand pasten daar eigenlijk helemaal niet bij. Haar pleidooi voor egoïsme en tegen altruïsme klinkt nog steeds niet echt sympathiek. Althans, als je er alleen oppervlakkig naar kijkt. In het dikke boek gaat het in essentie om twee architecten met verschillende talenten, verschillende opvattingen en verschillende mate van succes. De hoofdpersoon is Howard Roarke, een echte vernieuwer, die van de opleiding wordt gegooid, omdat hij zich verzet tegen de heersende mode van classicistische bouw. Hij schijnt gemodelleerd te zijn naar de beroemde architect Frank Lloyd Wright. GuggenheimZijn tegenspeler is Peter Keating, die doet wat er van hem wordt verlangd. Zijn talent is beperkt, maar hij heeft in ieder geval werk en kan in zijn eigen levensonderhoud voorzien. In de basis draait het boek om de compromissen die je al dan niet moet sluiten. In welke mate laat je je beïnvloeden door wat anderen van iets vinden? Een ander personage in het boek is uitgever van een boulevardkrant die het opneemt voor Howard Roarke en daarmee zijn lezers tegen zich in het harnas jaagt. In het pleidooi van Rand hoort het scheppende individu onbeperkte ruimte af te dwingen en zichzelf geheel centraal te stellen. Dat is de beste voorwaarde om de ontwikkeling van de samenleving als geheel te garanderen.

Ayn Rand is alleen goed te kunnen We The Livingbegrijpen tegen de achtergrond van haar vlucht uit de Sovjet-Unie. Als student geschiedenis maakte dat de boeken van Rand nog interessanter. In de autobiografische roman, We The Living, beschrijft ze de beklemmende en beperkende kracht van het communistische systeem in de jaren ’20, vooral voor de intellectuele en creatieve klasse. De vrijheid van de Verenigde Staten moet een verademing voor haar zijn geweest. Het verklaart waarschijnlijk ook de extreme en onverbiddelijke standpunten die ze in haar werk verkondigt.

Het boek is nu bewerkt tot een toneelstuk van Toneelgroep Amsterdam. Het is een lange zit, maar het is een indringende en aansprekende voorstelling geworden. De special effects zijn geweldig, er wordt goed geacteerd en ieder personage heeft iets dubbelhartigs gekregen, waardoor de karakters eigenlijk iets spannender worden. Het heeft mij nooit The Fountainhead TGA2verbaasd, dat juist kunstenaars zich erg aangetrokken voelen tot het gedachtegoed van Rand. Het beste uit jezelf halen gaat beter als er weinig beperkingen zijn. De grootste kunstenaars waren meestal niet de makkelijkste mensen voor hun omgeving. Toch blijft het een beetje curieus dat een als echt links te boek staand gezelschap als Toneelgroep Amsterdam zich waagt aan het werk van zo’n rechtse tante als Ayn Rand. Ik denk dat dat in de jaren ’80 echt niet had gekund. Tijden veranderen….