Category Archives: Film

The Get Down (Rapper’s Delight)

Ik was 14 en werd op school bij Frans samen met mijn klasgenoot Hubert bij Frans de klas uitgestuurd. Als straf moesten we van onze lerares Duits (bij wie we ons moesten verantwoorden voor ons wangedrag) een liedje zingen in de klas. ‘Mogen we ook rappen?‘, vroegen we. Want we waren helemaal weg van de nummer 1 hit van dat moment: Rapper’s Delight van Sugarhill Gang. Dus zongen we acapella de lange versie van dit nummer. De tekst hadden we uit de Hitkrant. Veel van de sexuele subtext van het lied ontging ons, maar we maakten wel de blitz in de klas.

Want rappen was iets totaal nieuws. We hielden van pop, rock en disco en volgden de hitparade en Toppop elke week. Maar rappen zat een beetje tussen zingen en praten in en dan met een geweldige beat eronder (Good Times van Chic). Het was 1979 en een stukje popgeschiedenis werd geschreven. Rapmuziek leek even een kort leven te hebben en de zoveelste hype te zijn. Maar niets van dat: het is tot de dag van vandaag een van de meest invloedrijke stromingen in de muziek.

Hoe rap is ontstaan in de underground cultuur van zwarte wijken in New York, is het centrale thema van de Netflix-serie The Get Down. Oude korrelige journaalbeelden laten zien hoe de stad New York in verval was eind jaren ’70. Tegen die achtergrond komt in The Bronx een nieuwe muziekstroming op: deejays maken al scratchend met twee platenspelers van stukjes muziek van verschillende platen een hele nieuwe sound. Tegen die backbeat praten/zingen een paar kids hippe teksten over het leven in de stad en de manieren om de ellende te ontsnappen. Tegelijk wordt er al druk gebreakdanst (dat zagen we pas in 1983 bij Toppop met Rock Steady Crew) en heeft de graffiti zijn eerste kunstenaars voortgebracht. Maar vooral laat het verhaal zien hoe jonge mensen met hun talent verder willen in het leven. Daarvoor moeten ze in hun kunst en hun persoonlijke levens grenzen verleggen.

Met een interraciale gay verhaallijn

Prachtig materiaal voor een bonte, muzikale dramaserie. Die ziet er prachtig, soms surrealistisch uit (mede dankzij de cartoons die er in zitten). En uiteraard is er veel geweldige muziek. Er staan twee seizoenen (in totaal 12 afleveringen) op Netflix. Hou je van muziek en van goede series, dan moet je dit zeker bekijken.

Trainspotting 

Op mijn lijstje van beste films en beste soundtracks aller tijden staat Trainspotting allebei in de Top 10. Ik zag de film voor het eerst in Trianon Leiden, dat toen nog niet verbouwd was in de huidige staat. Oftewel het was nog een bouwvallige bende vergeleken met nu. Het was in de zomer van 1996. Een half jaar eerder of zo had ik de eerste film van Danny Boyle, Shallow Grave, gezien in de Sneak Preview in hetzelfde Trianon. Die film vond ik al geweldig, niet in de laatste plaats door de woeste aantrekkingskracht van Ewan McGregor.

Ik heb er een levenslange fascinatie voor de Schotse acteur aan overgehouden. De laatste jaren werden zijn films echter steeds oninteressanter, minder succesvol en moeilijker te vinden. Hierdoor heb ik niet meer alle films van hem kunnen zien. Nu is hij terug in het vervolg op Trainspotting, de film die hem wereldberoemd maakte en die hij eigenlijk nooit geëvenaard heeft (al kwam Moulin Rouge dicht in de buurt). 

Trainspotting 2 of T2 gaat verder 20 jaar na waar de eerste film ons achterliet. Mark Renton keert terug uit Amsterdam waar hij zijn vrouw en baan kwijtraakt. Dan maar een ‘trip down Memory Lane‘ richting Edinburgh, waar zijn oude maten nog steeds rondhangen. Maar er staan nog een paar flinke rekeningen open en alle hoofdpersonen zijn twintig jaar ouder. Het script maakt handig gebruik van de verschillen tussen toen en nu en gebruikt veel elementen uit de eerste film, maar dan steeds net iets anders. Dat klinkt een beetje goedkoop, maar het is meestal verrassend goed gedaan. Zo geeft de moderne versie van Choose Life een totaal ander gevoel dan het origineel. 

Vervolgfilms van succesvolle en geliefde films worden altijd vergeleken met het origineel. En vrijwel nooit kunnen ze in de schaduw daarvan staan. Dat kan deze film zeker wel. Er is veel humor, actie en drama. En het heeft ook weer een geweldige soundtrack, met oude en nieuwe bekenden. Al vraag ik me af of je het allemaal kunt waarderen zonder de film van 20 jaar geleden te hebben gezien. Uiteindelijk heeft T2 hetzelfde verhaal als T1, zoals die weer hetzelfde verhaal had als Shallow Grave: vriendschap, geld en verraad. 

Black Oscar (Moonlight & The Birth of a Nation)

Dit jaar geen herhaling van vorig jaar bij de Oscars. Toen werden zwarte filmmakers gepasseerd en Hollywood was te klein! Als tegenreactie won The Birth of a Nation het Sundance Festival. En is Moonlight de runner-up van La La Land qua Oscar-nominaties. 

Slavernij

The Birth of a Nation is een historische vertelling over de slavenopstand van Nat Turner, een zwarte predikant. In tegenstelling tot 12 Years a Slave biedt de film een nogal eendimensionaal beeld van de slavernij. De blanken zijn slecht, de zwarten zijn slachtoffer of een soort Oom Tom (nederige dienaren van de blanken). Dat maakt de film niet zo sterk, vooral in het einde waar de opstand bloedig wordt neergeslagen. De rol wordt gespeeld door Nate Parker die ook de film regisseerde. Bij de Oscarnominatie is de film gepasseerd. Dat zou te maken hebben met de beschuldiging van aanranding aan het adres van Nate Parker, althans zo beweren kwade tongen. Ik denk echter dat de film gewoon niet bijzonder genoeg is.

Opgroeien

Moonlight is een veelgelaagde film, die het leven van een zwarte jongen/man in drie fasen vertelt: als jongetje, als puber en als jongeman. Elke fase heeft hij een andere naam: Little, Chiron en Black. Hij is onzeker en zijn relatie met zijn alleenstaande moeder is nogal ingewikkeld. Hij wordt gepest op school en worstelt met zijn seksuele gevoelens. Hij vindt een schuilplaats bij Juan, die zich over hem ontfermt. Naast het ontroerende verhaal, dat in een gepast sloom tempo wordt verteld, is de cameravoering vaak duizelingwekkend. Zeer terecht kreeg de film 8 Oscarnominaties en mocht de film winnen, dan is dat niet vanwege het zwarte karakter van de film maar vanwege de hoge kwaliteit.

La La Legend Land (Jazz)

De hoofdrolspeelster Emma Stone in de veelgeprezen film La La Land zegt op een gegeven moment tegen Ryan Gosling: “Ik zeg je het maar meteen. Dan weet je dat tenminste. Maar ik heb de pest aan jazz.” Het zouden woorden uit mijn mond kunnen zijn en ze zijn hoe dan ook uit mijn hart gegrepen. Gosling speelt een gesjeesde jazzpianist die uit ellende in dure restaurants Jingle Bells en andere kerstmuzak moet spelen. En vooral niet afwijken van de door de manager opgestelde setlist.

Het liefst zou hij free jazz spelen in zijn eigen jazzclub, maar die is net failliet gegaan. Net als het Rialto Theatre, waar je nog oude klassieke zwart-wit films, zoals Rebel Without A Cause, kon zien. Als Gosling zijn oude muziekmaat Keith (een rol van John Legend) ontmoet krijgt hij een plek in zijn band aangeboden. Hij moet dan echter wel artistieke concessies doen. Immers de jeugd heeft geen boodschap meer aan traditionele jazz.

Ziedaar twee thema’s uit La La Land: allereerst het najagen van je dromen en het geloof in jezelf; en vervolgens het al dan niet vast blijven houden aan je artistieke idealen. Het levert een mooie muzikale film op, erg nostalgisch en romantisch van toon. Met een aantal prachtige liedjes en memorabele scenes. En toch weet ik niet zeker of ik de bedoelingen van de makers helemaal goed heb begrepen. De scène waarin Ryan Gosling optreedt met de band van Legend en het geweldig popliedje Start A Fire neerzet (inclusief hippe choreografie), is waarschijnlijk bedoeld om aan te tonen hoe ver hij van zijn artistieke idealen is afgedwaald. Voor mij was het het hoogtepunt van de film.

Vinyl (Top of Flop)

Onlangs maakte HBO bekend dat er geen tweede seizoen van Vinyl kwam. Een teleurstelling voor de grote namen achter deze serie, Mick Jagger en Martin Scorsese. Zij bedachten de serie over een kwijnend platenlabel begin jaren ’70, American Century Records. Klinkt allemaal veelbelovend, dus je vraagt je af, wat er mis is gegaan.

Laten we met het goede nieuws beginnen: de soundtrack van de serie is top! Lekkere muziek uit de jaren ’70 (origineel of covers) en een paar goede songs speciaal voor de serie gemaakt. Niet onbelangrijk voor een verhaal over de muziekindustrie. James Jagger heeft de rol vast via zijn vader gekregen, maar hij overtuigt helemaal als posterboy van Nasty Bits (een soort Sex Pistols). Helaas houdt daar het goede nieuws op.

De bijna twee uur durende pilotaflevering mag dan wel door Martin Scorsese zijn gemaakt. Hij is veel te lang en te saai. De verhaallijnen in de hele serie zijn nogal afgezaagd en voorspelbaar. Vooral alle beroemde acts die het label niet op waarde weet te schatten (in de pilot is het ABBA, in de slotaflevering Queen), of niet lukt in te lijven (de episode met Elvis is totaal ongeloofwaardig). Hoofdrolspeler Bobby Cannavare die er alles aan doet op Al Pacino te lijken. Eigenlijk maakt Vinyl dezelfde fout als de personages in de serie, die vooral zoeken naar de nieuwe Beatles, de nieuwe Bowie etc. Precies zo lijkt Vinyl teveel op andere shows of films (Good Fellas, Scarface, Mad Men), terwijl originaliteit de sleutel voor succes is.

De serie is niet slecht, maar je verwacht meer. Het heeft de juiste ingrediënten, maar zonder chemie wordt het het niet. Zo blijkt maar weer eens dat een hit achteraf wel te verklaren is, maar vooraf niet te voorspellen. Bij muziek en series.

Captain Fantastic

LET OP: SPOILER ALERT!!

Aanvankelijk weet je niet zeker in welke tijd deze film over een hippiegezin, dat in de natuur leeft, zich afspeelt. Het blijkt toch het hedendaagse Amerika te zijn, waar de bevolking ‘undereducated and overmedicated’ is volgens de pater familias. Viggo Mortensen speelt deze idealistische man, die zes kinderen in de leeftijd van 6 tot 18 opvoedt met messen, pijl en boog en veel volwassen boeken. Ze jagen op herten om die vervolgens op te eten; er is een streng regime van fysieke training met veel gevechtsoefeningen; en de kinderen krijgen onderwijs uit boeken, veel boeken. Dit leidt ertoe, dat ze op veel te jonge leeftijd De Gebroeders Karamazov of Lolita moeten lezen en als volwassenen moeten kunnen analyseren.

De vader drijft zijn idealen tot het uiterste door, al zijn er ook regels. In je blootje rondlopen is prima, maar bij het eten moet iedereen gekleed zijn. Het levert scenes op die geestig en ongemakkelijk tegelijk zijn. Bijvoorbeeld als de jongste telg blijft vragen om uitleg over seks. De vader geeft overal eerlijk antwoord op, want zo wil hij zijn kinderen opvoeden. De moeder is afwezig, omdat ze in een psychiatrisch ziekenhuis ligt. Als de vader hoort dat ze haar polsen heeft doorgesneden, houdt hij dat niet verborgen voor de kinderen. Dan blijkt dat het hele gezin eigenlijk emotioneel gehandicapt is en niet in staat dit verdriet te verwerken.

Als de ouders van de moeder weigeren haar wens om gecremeerd te worden weigeren te respecteren, besluit het gezin in opstand te komen. Dat leidt tot een mooie roadtrip van Washington naar New Mexico. Maar ook tot onvermijdelijke botsingen met de gewone wereld. Dat zet je als kijker echt aan tot nadenken over de vrijheid van ouders hun kinderen op te voeden zoals ze zelf wensen tegenover het recht van kinderen op veiligheid en de noodzaak om sociale vaardigheden te leren om in de samenleving te kunnen functioneren. Dat levert geen makkelijke moraal op. De film moet het niet hebben van het nogal ongeloofwaardige slot, die in een slechte romantische comedy misschien beter zou passen. De manier waarop Viggo Mortensen de vader neerzet is de troef van Captain Fantastic: een man om als kind trots op te zijn, maar tegelijk doodsbang. Van liefdevol idealisme naar fanatisme naar het tirannieke. Het zit allemaal in hem en hij dreigt steeds als een vulkaan uit te barsten. Net als de mensen uit de ‘gewone’ wereld overigens, dus eigenlijk zijn de verschillen niet eens zo groot.

Race (Berlijn 1936)

Mensenrechten. Propaganda. Corruptie. De ingrediënten zijn er steeds opnieuw als de discussies over de relatie tussen sport en politiek oplaaien. Zo ook bij de meest controversiële Olympische Spelen aller tijden: Berlijn 1936. De film Race vertelt het verhaal van de zwarte atleet Jesse Owens, die Hitler voor gek zette in 1936 met zijn zogenaamde superieure Arische ras. Hij won vier gouden medailles als hardloper en verspringer en troefde de Duitse kampioenen af.

Race_2016_film_posterDe film Race heeft moeite met het feit dat Jesse Owens zo ongeveer de beroemdste Olympische kampioen aller tijden is. Het verhaal is grotendeels (althans de afloop) bekend en hoe maak je dan nog een interessante film. De titel is dubbelzinnig en gaat uiteraard ook over discriminatie van zwarten in Amerika. Ironisch genoeg hebben de Tweede Wereldoorlog (en later de Vietnamoorlog) een cruciale rol gespeeld in de emancipatie van zwarten in Amerika. Oorlog verbroedert nu eenmaal. Net zoals sport. Dat levert de meest interessante scenes in de film op: wanneer de Duitse verspringer Luz Long (toepasselijke naam!) na zijn verlies Owens omarmt en samen een ereronde maakt. Na afloop zoeken de atleten elkaar weer op en blijkt dat de Duitser het Hitlerregime veracht. Misschien was de film sterker geworden als die hier meer op had gefocust. Nu blijft Race een conventionele, brave film met een saaie heroïsche zwarte atleet en een paar interessante bijfiguren (bijvoorbeeld Carice van Houten als Leni Riefenstahl) die niet goed uit de verf komen.

Veel interessanter is het boek 1936. Wij gingen naar Berlijn van Auke Kok. Hij schreef eerder al goede sportboeken en dit is wellicht zijn meest interessante, omdat het over een zo goed als vergeten sporttijdperk gaat. Kok focust op twee succesvolle Nederlandse sporters tijdens de beruchte spelen: de Rotterdamse zwemster Rie Mastenbroek en de Amsterdamse hardloper Tinus Osendarp. De eerste was goed voor drie gouden en één zilveren medaille. Dat was indrukwekkend al bleef er altijd een smet op haar sportieve prestaties. Ze kreeg na de spelen schoon genoeg van het sportwereldje en hield er al snel mee op. Het gebrek aan erkenning in later jaren maakte haar bitter, vooral omdat ze niks met politiek op had. Ze heeft gewoon zo hard mogelijk gezwommen.

1936-wij-gingen-naar-berlijn-2Het verhaal van Tinus Osendarp is nog interessanter. Hij won geheel tegen de verwachting in de bronzen medaille op het koningsnummer van de atletiek: de 100 meter sprint. Owens won en Metcalfe (ook een zwarte Amerikaan) werd tweede. Daarmee troefde hij de Duitsers af, maar werd hij in veel media bestempeld tot de ‘snelste blanke op aarde’. Kom maar eens van zo’n stempel af. Zeker niet als je tijdens de oorlog de Hitlerjugend traint en je inzet voor het oppakken van ‘politieke criminelen’. Hoe het met Tinus afloopt, moet je maar in dit indrukwekkende boek gaan lezen. Eén ding is zeker: sport en politiek blijft een ongemakkelijke combinatie.