Category Archives: Muziek

Best Beatles Covers (BBC)

Ik ga me op heel glad ijs bewegen. Tenminste voor alle fanatieke Beatles liefhebbers, en dat zijn er nogal wat. Ik heb niet zoveel met dit bandje uit Liverpool. Ze waren al lang en breed gestopt voordat ik serieus muziek ging volgen. In mijn ogen “ouwe lullen” vertelden in mijn jeugd steeds dat er na the Beatles geen goede popmuziek meer kon worden gemaakt. Dat hielp ook niet. Toch heb ik door de jaren veel van hun nummers leren waarderen. Maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen, dat dit voornamelijk kwam door coverversies.

Ik beperk me tot de vijf mooiste nummers van The Fab Four, gezongen door top-performers. 

5. Dear Prudence – Siouxsie and the Banshees (1987)

Hun grootste hit (#3 in UK Top 40) bleek een Beatles cover. Ik vond het desondanks een leuk nummer.

4. Helter Skelter – U2 (1989)

“This song Charles Manson stole from the Beatles, we’re stealing it back”. Zo begint Bono deze cover. Ik was gefascineerd door de serie over Manson met dezelfde naam, maar kende het nummer van The White Album niet echt. 

3. Something – Shirley Bassey (1970)

Mijn Minerva-buurjongen op de studentenflat had een verzamelplaat van Shirley Bassey, waar dit nummer op stond. Hij draaide het graag en door de muren kon ik meegenieten. Dit nummer was mijn favoriet.

2. Come Together – Michael Jackson (1995)

Hij had de rechten van de meeste Beatles-songs gekocht en besloot er ook een op te nemen. Dan maar meteen een van de allerbeste. Hij deed dat al in 1987 voor de film Moonwalker, maar ik leerde het pas kennen toen het op het album HIStory uitkwam.

1. The Long and Winding Road – George Michael (1999)

Het nummer in de productie van Phil Spector zoals het op de laatste plaat Let It Be staat, schijnt het einde van de band te hebben betekend. Ik leerde het pas kennen toen George Michael het zong op het tribute concert voor Linda McCartney uit 1999. De melancholie druipt er vanaf en dat vind ik er zo mooi aan. De zang van George is zoals altijd fenomenaal. Prachtig.

Laat me weten wat jouw favoriete Beatles-cover is!

Advertisements

Drive Baby Drive (I-Pod)

De hoofdrolspeler van de onverwachte hitfilm Baby Driver houdt er vreemde gewoonten op na. Maar wel leuke. Niet alleen is hij een behendige chauffeur die de vluchtauto van bankovervallers bestuurt alsof hij op een racecircuit rijdt. Hij neemt met een ouderwetse dictafoon gesprekjes op en maakt daar hippe muziek bij. Die neemt hij dan weer op audiocassettes op. Zo heeft hij ook nog een bandje met MOM (omgekeerd leest dat als WOW), waar de stem van zijn moeder op staat.

Dat retrogedrag zit in zijn genen. Als hij een liedje niet kent, dat een serveerster in een bar zingt, gaat hij direct naar een tweedehands vinylzaak om het nummer op te sporen. “Oftewel hij doet erg zijn best hip te zijn“, hoor ik u denken. Maar het grappigst is zijn obsessie met de I-Pod. Hij heeft er verschillende met kleurige outfits. Zo is er een I-Pod voor elke gelegenheid en elke gemoedstoestand. Het zijn I-Pod Classics, de Rolls Royce onder de Mp3-spelers. Ook ik kan nog steeds niet zonder hem. Met zijn 180 GB kunnen er meer dan 20.000 liedjes op. Ook voor mij is dat niet genoeg en moet ik keuzes maken wat ik er op zet.

Hopeloos ouderwets“, hoor ik u denken. “Er is toch Spotify? Daar staat toch alles op?” Dat dacht Apple ook en besloot twee jaar terug de productie te stoppen. Op Marktplaats kosten ze echter tweedehands evenveel als destijds nieuw. Ik hoop dan ook van harte dat Baby Driver de ogen van Apple doet openen en gaan ze hem weer op de markt brengen (in een limited edition of zo). Ik geloof er wel in. Uiteindelijk werd vinyl ook dood gewaand.

O, en had ik al gezegd dat de film fantastisch is en een te gekke soundtrack heeft met de Nederlandse bands Focus en Golden Earring? (Binnenkort ook op vinyl verkrijgbaar)!

Lees hier mijn blog Vinyl Lovers

Disco-Rock Killers

Het is een beetje vloeken in de Stones-kerk, maar mijn favoriete nummer van The Rolling Stones is hun eerste discohit Miss You uit 1977. StonesIk zat in de brugklas en hield erg van disco. Die was toen op zijn top met Saturday Night Fever als voorlopig hoogtepunt. ABBA, The Bee Gees, Chic etc. Ik vond het geweldig. Maar de combinatie tussen rock (voor mij de muziek van mijn oudere broers) en disco was totaal vernieuwend en vond ik te gek.

Een jaar later was het KISS, die een megahit had met I Was Made For Loving You. Op het hoesje stond de term Disco-Rock vermeld. Daarmee leken de hardrock-heren van de band te willen zeggen, dat het een combi van disco en rock was. De meesten vonden het echter meer disco dan rock. Maar het was wel hun grootste hit ooit!  In de jaren 90 en

Kiss

later zag je steeds vaker de combi mede onder invloed van het fenomeen remix. Rockplaten hadden nu eenmaal een bewerking nodig om gedraaid te worden in discotheken en clubs. Als dj draaide ik vaak Even Better Than The Real Thing van U2 die het als remix geweldig deed op de dansvloer. Bands als The Prodigy of Underworld wisten ook wel raad met de combi elektronische dansbare muziek en rock.

Inmiddels is het genre rock totaal niet meer hip. Er staat bijna geen rockhit meer in de Top 40, zelfs Pinkpop programmeert steeds minder rock en remixen maken is ook een beetje uit. En dan is er de nieuwe single van The Killers. Het was altijd al een beetje een merkwaardige band. Afkomstig uit Las Vegas met een flamboyante zanger die uit de Mormoonse gemeenschap kwam. Brandon Flowers stak in interviews en zijn solo-albums zijn voorkeur voor jaren-80 electropop (Pet Shop Boys, Bronski Beat) niet onder stoelen of banken. En hun grootste hit Human (remix door Armin van Buuren!) valt onmiskenbaar onder het kopje Disco-Rock. Ze waren er even vijf jaar tussenuit en nu hebben ze een nieuwe single The Man. Wordt het een glorieuze comeback of hebben ze de tijdgeest toch niet voldoende aangevoeld om er een hit mee te scoren? Hoe dan ook, ik vind het weer fan-tas-tisch!

Lees ook mijn blog over de Kerst-singles van The Killers: Christmas Carols

Vinyl (Top of Flop)

Onlangs maakte HBO bekend dat er geen tweede seizoen van Vinyl kwam. Een teleurstelling voor de grote namen achter deze serie, Mick Jagger en Martin Scorsese. Zij bedachten de serie over een kwijnend platenlabel begin jaren ’70, American Century Records. Klinkt allemaal veelbelovend, dus je vraagt je af, wat er mis is gegaan.

Laten we met het goede nieuws beginnen: de soundtrack van de serie is top! Lekkere muziek uit de jaren ’70 (origineel of covers) en een paar goede songs speciaal voor de serie gemaakt. Niet onbelangrijk voor een verhaal over de muziekindustrie. James Jagger heeft de rol vast via zijn vader gekregen, maar hij overtuigt helemaal als posterboy van Nasty Bits (een soort Sex Pistols). Helaas houdt daar het goede nieuws op.

De bijna twee uur durende pilotaflevering mag dan wel door Martin Scorsese zijn gemaakt. Hij is veel te lang en te saai. De verhaallijnen in de hele serie zijn nogal afgezaagd en voorspelbaar. Vooral alle beroemde acts die het label niet op waarde weet te schatten (in de pilot is het ABBA, in de slotaflevering Queen), of niet lukt in te lijven (de episode met Elvis is totaal ongeloofwaardig). Hoofdrolspeler Bobby Cannavare die er alles aan doet op Al Pacino te lijken. Eigenlijk maakt Vinyl dezelfde fout als de personages in de serie, die vooral zoeken naar de nieuwe Beatles, de nieuwe Bowie etc. Precies zo lijkt Vinyl teveel op andere shows of films (Good Fellas, Scarface, Mad Men), terwijl originaliteit de sleutel voor succes is.

De serie is niet slecht, maar je verwacht meer. Het heeft de juiste ingrediënten, maar zonder chemie wordt het het niet. Zo blijkt maar weer eens dat een hit achteraf wel te verklaren is, maar vooraf niet te voorspellen. Bij muziek en series.

ABBA en Leiden

In januari 1979 ging ik voor het eerst alleen met de trein naar Leiden. Mijn ouders waren nooit erg moeilijk als ik ergens naar toe wilde. Veel ervaring met openbaar vervoer hadden zij ook niet, dus dat moest ik zelf uitzoeken. Het was voor het eerst dat ik alleen met de trein reisde. Ik kan me er vooral van herinneren dat het treinkaartje van ouderwets dik karton was.

ABBA 8De aanleiding was een ABBA-fanclubdag, die plaatsvond in de Stadsgehoorzaal in Leiden. Het Leids Dagblad wijdde er een artikel aan en volgens mij sta ik op de foto (op de achtergrond rechts). Het was niet de eerste keer dat ik in Leiden was. Dat was op een excursie met de brugklas naar het Rijksmuseum voor Oudheden. Maar dat ABBA en Leiden mijn liefdes voor het leven zouden worden, had ik toen nog niet durven bevroeden. (Met de trein is het helaas een haat-liefdeverhouding geworden).Ik moest er aan denken, omdat dit weekend (eind april 2016) de huidige ABBA-fanclub haar 30e verjaardag viert. Normaal vindt dit plaats in Roosendaal (waar de Internationale ABBA-fanclub is gevestigd), maar nu in Stockholm. Uiteraard in ABBA The Museum. Het was een bijzondere dag, die eindigde met een ABBA-disco, waar zelfs op obscure B-kantjes enthousiast werd geswingd. Maar het hoogtepunt was toen Benny de zaal onverwacht binnenkwam om vragen van fans te beantwoorden. Daarna nam hij plaats achter de piano en zong de hele zaal Thank you for the Music. 


ABBA in concertIn oktober van 1979 mocht ik van mijn ouders naar het concert dat mijn idolen gaven in Sportpaleis Ahoy Rotterdam. Dat was op een doordeweekse avond en dus was de voorwaarde dat ik met een jongen van 18 uit onze straat meeging. Hij was ook fan en vond het goed als ik de kaartjes ging halen. Voor 20 gulden zaten we op de tweede ring. Dat kun je je nu niet meer voorstellen, maar het was een geweldige ervaring. Net als dit ABBA-weekend met de Disco als hoogtepunt!

Vinyl Lovers

Onlangs hoorde ik twee jongemannen van rond de 25 jaar in de sportschool de volgende conversatie voeren:

“Heb je je Pa nog gevraagd over die platen?”

“Ja, maar hij wil ze niet geven.”

“Ook niet uitlenen? Heeft hij nog een platenspeler dan?

“Ja die staat op zolder en hij zegt dat hij hem af en toe nog gebruikt.”

“Jammer. Maar ik heb al een plaat van Bob Marley.”

“Mooi. En ik van Elton John.” 

 Het illustreert een paar dingen. Allereerst dat het weer cool is om platen op vinyl te hebben. De generatie die opgroeide met I-Tunes en streaming heeft blijkbaar toch weer een beetje behoefte aan tastbare muziek. Dat maakt het in ieder geval weer leuker om voor hen een kadootje te bedenken. De laatste jaren werd zelfs een tegoedbon voor I-Tunes al niet meer echt gewaardeerd door deze groep.

Maar ik herken me uiteraard nog meer in de vader, die waarschijnlijk na verschillende verhuizingen zijn platenspeler en zijn platencollectie altijd heeft gehouden. Terwijl sommige van mijn generatiegenoten al afscheid hebben genomen van hun CD-collectie, heb ik al mijn CD’s en vinyl (LP’s, singles en 12-inches) nog. Mijn eerste en enige platenspeler kocht ik in 1980 van het geld dat ik had opgehaald bij de nieuwjaarswensen van de krantenwijk (AD). Ik kocht er ook een versterker bij, allebei van Sony. De versterker heeft het na een jaar of 10 begeven, maar de platenspeler doet het nog steeds, al heb ik hem twee keer laten repareren.

De afgelopen 25 jaar heb ik uiteraard ook de stap gemaakt naar CD’s en I-Tunes. Streaming heb ik drie maanden uitgeprobeerd, omdat Apple Music het gratis aanbood. En de gratis versie van Spotify staat op mijn pc. Ik kan er eigenlijk niet aan wennen. Ik gebruik het af en toe om te luisteren of ik iets de moeite waard vind. Verder merkte ik dat ik een connectie met muziek moet maken. Dat werkt bij mij door het aan te schaffen. Die handeling blijkt essentieel voor het gevoel. Dat gevoel wordt versterkt door het opzetten van een CD en helemaal bij het old school plaatsen van de naald op een vinyl plaat.

 Tegenwoordig koop ik weer ongeveer een album per week. Dat was ook mijn gemiddelde toen ik circa 80 gulden per week verdiende met mijn krantenwijk. Soms alleen voor de muziek (al is het handig als je er gratis een mp3 download bij krijgt), maar soms ook alleen vanwege de albumhoezen, die ik ophang in mijn studeerkamer als wisselende kunst. Want laten we eerlijk zijn: sommige zijn waarlijk kunstwerkjes, die in het collectieve geheugen zijn opgeslagen.

Calvin Harris: new Milli Vanilli?

DJ’s zijn de nieuwe supersterren in de wereld. Dat was al in de muziekscene, maar ze zijn nu ook grensoverschrijdend bezig. Namen eerder al acteurs en actrices de plek van supermodellen in, nu zijn ook dj’s actief op dat terrein. Tiësto doet commercials voor horloges en Calvin Harris zelfs voor ondergoed. Nou ziet Calvin Harris er ook wel erg strak uit tegenwoordig. Noem het jaloezie, maar ik krijg er ook een licht Milli Vanilli-gevoel bij.

Weet u het nog? Twee knappe broers, die eind jaren ’80 de wereld veroverden met hun gladde soul-pop en soepele danspasjes. Topproducer Frank Farian (Boney M, Eruption, La Bouche) was de grote man achter de muziek. Niets aan de hand dus. Wat er allemaal in de studio gebeurde, kon niemand echt iets schelen. Totdat de heren Vanilli de grootste muziekprijs ter wereld wonnen: een Grammy. Dan gaan mensen zich afvragen of het allemaal wel zuivere koffie is. Het einde mag bekend worden verondersteld. De heren zakten door de mand, omdat ze geen noot hadden gezongen op hun hits. Ze moesten hun Grammy inleveren en werden paria’s in de muziekbusiness. Zij waren de Lance Armstrong van de muziek, zou je kunnen zeggen. Je zou er hard om kunnen lachen, als niet een van de broers jaren later door zelfmoord aan zijn eind kwam.

Nou wil ik Calvin Harris nergens van beschuldigen, maar is het u wel eens opgevallen, dat al die succesvolle deejays knappe kerels zijn. Terwijl in mijn beeld je toch op zijn minst een enorme nerd moet zijn om jaren op je slaapkamertje achter je laptop muziek te moeten maken. Of zouden alleen knappe deejays een platencontract krijgen? Kijk naar de eerste clips van Calvin Harris (toen zijn muziek nog minder dan tegenwoordig dertien in een dozijn was) en het is duidelijk. Het verhaal van lelijke eendjes en mooie zwanen is nog steeds actueel.