Category Archives: Reizen

One Night in Bangkok (or 3)

Zorg er vooral voor dat je geen haast hebt“, aldus mijn reisgids. Dat geldt eigenlijk voor alle grote steden en helemaal voor Bangkok. De stad krijgt in dit regenseizoen nauwelijks zon. Toch is het zo’n 30 graden. Veel inwoners dragen mondkapjes tegen de uitlaatgassen. De constante herrie van het verkeer is lastiger te negeren. Wat valt hier een winst te halen als de elektrische auto de norm wordt (One crowded, polluted, stinking town). Gisteren maakten we een wandeling door de stad en mijn overhemd toonde na vijf minuten al zweetvlekken. Omdat we een aantal religieuze plekken gingen bezoeken, waren we gekleed in lange broek en overhemd met lange mouwen. Het Venetië van het Oosten wordt het wel genoemd. Want er is heel veel moois te zien in deze stad. Als je de hop-on hop-off boot neemt op de Chao Phraya en je kijkt om je heen, snap je die vergelijking wel. En daarna onder andere naar Wat Pho, waar de Tempel van de liggende Buddha een must-see is (More than one muddy river or a reclining Buddha).

Het lijkt of de stad nooit slaapt. Dag en nacht kun je overal eten, op straat zelfs voor een habbekrats een warme maaltijd. De toch al niet brede stoepen worden bevolkt door verkopers met van alles en nog wat. En ‘s nachts heeft dat nog wat extra betekenis. Het lijkt een fotofinish te worden met het aantal bars en massagesalons. In die laatste kun je voor schappelijke prijs een Thaise massage krijgen. De dames zijn klein van stuk en lijken lieftallig. Maar ze zijn oersterk en trekken je zo ongeveer aan stukken (Go back to your bars, your temples, your massage parlors).

Na drie dagen in Bangkok verlang je wel naar meer rust en stilte. Volgens mijn reisgids is het ook weer tijd om verder te kijken in Thailand. Daarover later meer. Ik kon het niet laten deze niet heel creatieve titel voor mijn blog te gebruiken. Naar de dikke hit die Murry Head had met dit nummer uit Chess. Lees ook mijn blog over de musical.

Advertisements

Jeruzalem Syndroom

Volgens de Lonely Planet zijn er elk jaar een handjevol toeristen, die tijdens het bezoek aan Jeruzalem een zodanig heftige religieuze ervaring hebben, dat ze denken de nieuwe profeet te zijn. Dit heet het Jeruzalem Syndroom en kan ook mensen overkomen die niet eerder een psychologische aandoening hebben gehad. Ik geloof niet dat ik er last van heb, maar de hoofdstad van het Heilige Land laat mij ook niet onberoerd.

Het was al langer mijn wens om naar Israël op vakantie te gaan. Zeker in het voorjaar leek me dat een goede bestemming. Een subtropisch klimaat, zodat het in de winter heerlijk vertoeven is. Het levendige Tel Aviv aan het strand. En veel bezienswaardigheden in de stad die één van de belangrijkste pijlers van de beschaving is, Jeruzalem. De politieke onrust in het land zorgde ervoor dat deze reis niet eerder plaatsvond.

Vandaag gingen we naar de Tempelberg, misschien wel de heiligste plek op aarde, althans voor de meeste gelovigen op aarde. Een beetje gedoe om er te komen (er is maar één toegang voor niet-moslims en die is maar op beperkte tijden toegankelijk), maar het is het waard. De gouden bedekking van de Rotskoepel springt meteen in het oog. Geschonken door koning Hoessein van Jordanië (geschatte kosten $ 8,5 miljoen), die ervoor zijn huis in Londen heeft verkocht. Via de Leeuwenpoort naar de Tuin van Getsemane, waar Christus werd verraden met een kus. Je waant je midden in The Passion, maar dan in het authentieke land. Daarna de beklimming van de Olijfberg, waar je een fantastisch uitzicht op de stad en zijn muren hebt. Gisteren bezochten we de Klaagmuur en liepen via de Via Dolorosa de voettocht, zoals Jezus die met het kruis op Goede Vrijdag maakte. Alle belangrijke stops zijn aangegeven. Het deed me denken aan de viering van de kruistocht op Goede Vrijdag met onze pastoor, toen ik nog misdienaar was.

Jeruzalem is het religieuze centrum voor een aantal wereldgodsdiensten, die in de geschiedenis niet altijd even goed met elkaar konden opschieten (om het mild uit te drukken). Opvallend was dat precies gisteren de Heilig Grafkerk (ook wel: Verrijzeniskerk of Kerk van de Wederopstanding) voor onbepaalde tijd werd gesloten voor toeristen. Niet vanwege religieuze tegenstellingen (wat je wellicht zou verwachten in dit land), maar vanwege een Joodse belastingwet, die kerken zou benadelen.

In dit land realiseer ik me meer dan voorheen dat religie een drijvende kracht in het menselijk bestaan is. En ondanks de verschillen die er tussen alle godsdiensten zijn, er zijn ontzettend veel overeenkomsten. En met respect voor ieders gevoelens daarbij, moet het lukken om naast en met elkaar te bestaan. Dat zou bijna een profetische gedachte kunnen zijn, maar vrees niet: ik lijd niet aan het genoemde Jeruzalem Syndroom.

Nordic Walking (Hamburg & Noorwegen)

Het was de foto van Preikestolen die ons deed besluiten voor de Asbjorn Tour te kiezen van hert Norske Reisburo. Best bijzonder, omdat ik de laatste jaren in toenemende mate last van hoogtevrees heb ontwikkeld. Maar ja, het spannende houdt aantrekkingskracht.

Met de Zweedse Volvo S60 op weg naar het noordelijkste puntje van Denemarken, Hirtshals, om de kortste boottocht naar Noorwegen te nemen (ook zeeziek word ik niet graag meer!). Maar eerst langs Hamburg. Dat is een van de meest interessante Europese steden vanuit het oogpunt van stedelijke ontwikkeling. Op de middelbare school leerde mijn lerares Duits ons nog dat het een door God verlaten smerige havenstad was en dat je op de Reeperbahn je leven niet zeker was. Maar de wereld is sindsdien veranderd en vieze havensteden zijn de lelijke eendjes die in mooie zwanen veranderen (Bilbao, Vancouver, Rotterdam). Dan moet zo’n stad wel het water omarmen en gedurfde investeringen doen. En zoals Bilbao het Guggenheim  heeft gekregen, zo heeft Hamburg het Elbphilharmonie als landmark gecreëerd.

Elbphilharmonie

Beatles monument op Reeperbahn

 

 

 

 

 

 

In Noorwegen is wandelen anders dan in bijvoorbeeld de Verenigde Staten. De routes staan minuscuul aangegeven; je moet moeite doen om het pad te vinden. Bij Preikestolen is dat niet zo lastig. Zelfs aan het begin van de avond zijn er nog voldoende wandelaars, zodat verdwalen nauwelijks mogelijk is. De tweede tocht die we deden was de Moslifjellet. We zijn welgeteld drie andere wandelaars tegengekomen. En de route had op veel plekken meer weg van een klauter- en klimtocht. Hekjes, paaltjes om het publiek te beschermen zijn er amper. Dat hoort volgens de reisgids tot het cultuurgoed van Noorwegen: beleef de natuur zoals die bedoeld is. Nordic walking noem ik het.

 

Madeira (50+)

Er komt een punt in je leven dat je accepteert dat je bij de oude garde hoort. Grijzer, wijzer en klaar om op vakantie naar Madeira te gaan. Je hoort tot de generatie die nog weet wie Ted de Braak was en dat hij een hit had met Een Glaasje Madeira, My Dear.

In het vliegtuig naar Funchal trek ik met mijn bijna 52 jaar de gemiddelde leeftijd zelfs nog een beetje omlaag. Veel pensionada’s met wandelschoenen in het vliegtuig, want dat scheelt in de bagage. Madeira staat immers bekend als bloemeneiland en als wandelparadijs.

En je hebt er spectaculaire wandelingen. De beste volgens de Lonely Planet deden we alle drie. De zwaarste en langste ging van Pico d’Arreiro naar het hoogste punt van het eiland, Pico Ruiva. Vier uur volgens het boekje, maar dat doen wij nog in tweeënhalf uur (al kwam dat ook omdat de langere route was afgesloten). Hier en daar was het erg steil omlaag en omhoog (steil omschrijft Madeira redelijk accuraat) en merkte ik dat ik vaker dan vroeger me vasthoudt aan de reling. Op sommige plekken heeft rotsval het pad flink beschadigd en soms waan je je net in The Fellowship of the Ring. Zo spectaculair is het. En het is minder druk dan de Levadas, omdat de 65-plussers dit niet in hun reisschema opnemen.

Dus ja, een vitale 50-plusser heeft veel te genieten op dit eiland. Wacht niet tot je pensioen, zou ik zeggen. Enne, no way dat ik nu lid van Omroep Max word of nog erger op 50Plus ga stemmen. Geen haar op mijn hoofd die daar aan denkt. En daar heb ik er gelukkig nog genoeg van. 😃

Bigger is better (Dubai)

Het New York van de Arabische wereld. Zo staat Dubai ook wel bekend. Dat is niet zo vreemd gezien de enorme hoeveelheid wolkenkrabbers die de stad herbergt. De meeste zijn in de 21e eeuw geopend. Dit is een must voor wie van moderne architectuur houdt. De stad barst van optimisme, dat aanstekelijk werkt. Je ziet de nieuwe stad letterlijk onder je ogen en voeten verrijzen.
  Stedelijke planning heeft hier een totaal andere betekenis dan bij ons. Er lijkt ruimte voldoende tussen de woestijn en de zee voor alle nieuwe ontwikkelingen. En anders worden er gewoon kunstmatige eilanden gebouwd in de zee. Op een daarvan staat het enige 7-sterrenhotel (*******) ter wereld, de Burj-Al-Arab. Om uit de kosten te komen zou het de komende 30 jaar helemaal volgeboekt moeten zijn. De stad heeft er een icoon voor terug vergelijkbaar met de Eiffeltoren en de Sydney Opera House.

 

  
In het aangrenzende Abu Dhabi staat de op twee na grootste moskee ter wereld (na Mekka uiteraard en Casablanca). Vernoemd naar de sjeik die het mogelijk heeft gemaakt, dat dan weer wel. En dan is er de grootste winkelcentrum ter wereld: Dubai Mall. Daar zag ik de toekomst van retail: namelijk gecombineerd. met vermaak van de bovenste plank: naast bioscopen en restaurants is er een aquarium en waterzoo (met haaien en clownsvissen), een ijshockeybaan (!), een enorme waterval en de Dubai Fountain, waar ‘s avonds elk half uur een spectaculaire watershow wordt gehouden aan de voet van het hoogste gebouw ter wereld, de Burj Khalifa (meer dan 800 meter hoog!). 
 
Qua ‘urban planning’ zijn bereikbaarheid en milieu nu al een uitdaging. Hoe moet dat als de stad nog eens zo groot wordt? Nu al vliegen de vliegtuigen af en aan van het vliegveld dat midden in de stad ligt. Aan de rand van de stad wordt een nieuw (en groter) vliegveld gebouwd dat voor meer spreiding moet zorgen. Lastiger lijkt het me qua openbaar vervoer. De efficiënt rijdende metro zit nu al bijna op elk tijdstip van de dag bomvol. En de brede toegangswegen zorgen in de spits al voor een verkeersinfarct. Niet voor niets is de Burj Khalifa door smog al slecht te zien zelfs bij helder weer. Je zou denken dat elektrisch rijden een oplossing zou kunnen bieden. Maar dat lijkt me in een staat die vrijwel alles dankt aan olie een illusie.

Best of 2015

Dit is mijn persoonlijke jaaroverzicht van 2015.

5. Exit TV

De beslissing om mijn tv-abonnement op te zeggen heb ik nog geen enkele dag betreurd. Het helpt wel dat Oranje voor 2016 is uitgeschakeld op het EK, want voetbal op Uitzending gemist lijkt me niet echt spannend. De keuze voor een Cineville abonnement is een goede investering. Cineville (Exit TV 3). Ik heb veel interessante en goede films gezien, waarover ik soms heb geblogd. Lees bijvoorbeeld mijn blogs over The Martian (Matt Damon), Suffragette (Carey Mulligan), Foxcatcher (Channing Tatum) en Southpaw.

4. Interview Frits Spits

 Op verzoek van boekhandel Kooyker heb ik Frits Spits geïnterviewd over zijn boek met hoogtepunten uit het Nederlandstalig repertoire van de afgelopen 50 jaar. Het is mijn vak niet, maar het was niet echt moeilijk. Hij vertelt graag en liefdevol over muziek en taal. Laten dat nu ook twee van mijn hobbies zijn. De Avondspits van Frits

3. Fietsen

 Dit jaar reed ik op mijn race- en tourfiets in totaal meer dan 6500 km. Dat is ruim 1500 meer dan vorig jaar, dat ook al een topjaar was. De fietsvakantie naar Engeland was goed voor bijna 1000 kilometer. Het fietsen in de UK raad ik niemand aan, maar het was toch wel cool om over The White Cliffs of Dover te fietsen. UK by bike (1), Runkeeper (UK by bike 2), National Cycle Network (UK by bike 3).

2. 50

KEES50 kaartOuder worden is geen verdienste, maar het was wel heel leuk om dit jaar mijn 50e verjaardag te vieren. Daarmee ben ik even oud als de oudste hitlijst van Nederland: de Top 40 50.

1. Jordanië

 Op eigen houtje reizen door een Arabisch land vind ik best spannend. Een ticket op een lijnvlucht naar Amman, daar een auto gehuurd en dan een week door een land rijden met vrijwel geen borden, laat staan borden met ‘gewone’ letters. Hoogtepunten volop, maar een dag en nacht doorbrengen in de woestijn was wel het meest bijzonder. Arabian Night (1000 & 1).

Saint Malo (All the light we cannot see)

Deze zomer las ik de roman die dit jaar de Pulitzer Prize voor fictie heeft gewonnen. De Amerikaanse auteur Anthony Doerr schreef een meeslepend verhaal over een Duitse jongen en een Frans meisje die allebei als kind betrokken raken in de Tweede Wereldoorlog en daardoor erg snel volwassen worden. De jongen is een wees en woont met zijn zusje in een weeshuis. Het meisje is op jonge leeftijd blind geworden en heeft alleen nog haar vader. Die is curator in een natuurhistorisch museum in Parijs. Zij vluchten naar het Franse kustplaatsje Saint Malo. De vader heeft de opdracht een waardevolle diamant te verbergen voor de Duitse bezetters.  

 All the light we cannot see (Als je het licht niet kunt zien) geeft een prachtig beeld van Saint Malo. Het zou me niet verbazen als hier het Dan Brown-effect optreedt en het aantal bezoekers zal stijgen als gevolg van nieuwsgierige lezers. Voor mij was het in ieder geval aanleiding om deze hefstvakantie het plaatsje te bezoeken. Het oude centrum (Intra Muros) is een soort postzegelstadje. Je kunt bijna rondom over de stadsmuren lopen en dat kost je niet heel veel tijd. Alle huizen en panden staan erg dicht op elkaar en de straatjes zijn niet breed. Het leukst is het om de vestingstad vanaf het strand te benaderen. Bij eb is het strand heel breed en een beetje zompig. Net als bij Mont Saint Michel, dat hier niet ver vandaan ligt. 

 Er valt overigens veel aan te merken op het boek van Anthony Doerr. Er staan nogal wat anachronismen in. Het is een allegaartje van stijlen: van sociaal drama tot fantasy-elementen à la Raiders of the Lost Ark (volgens de legende maakt de diamant met de mooie titel ‘Sea of Flames‘ zijn eigenaar onsterfelijk en daarom willen de Duitsers hem hebben). Het verhaal is te lang, onwaarschijnlijk, voorspelbaar en weinig subtiel. De reden dat het zich in Saint Malo afspeelt is niet erg duidelijk; waarschijnlijk vanwege het mooie decor voor een romantisch verhaal en omdat de stad het strijdtoneel was in 1944 toen de geallieerden Europa gingen bevrijden. De stad raakte verwoest, is heropgebouwd en nu een belangrijke toeristische attractie. En het boek is ondanks de gebreken een easy read en een bestseller. Daar had het geen Pulitzer voor nodig.