Category Archives: Reizen

Best of 2015

Dit is mijn persoonlijke jaaroverzicht van 2015.

5. Exit TV

De beslissing om mijn tv-abonnement op te zeggen heb ik nog geen enkele dag betreurd. Het helpt wel dat Oranje voor 2016 is uitgeschakeld op het EK, want voetbal op Uitzending gemist lijkt me niet echt spannend. De keuze voor een Cineville abonnement is een goede investering. Cineville (Exit TV 3). Ik heb veel interessante en goede films gezien, waarover ik soms heb geblogd. Lees bijvoorbeeld mijn blogs over The Martian (Matt Damon), Suffragette (Carey Mulligan), Foxcatcher (Channing Tatum) en Southpaw.

4. Interview Frits Spits

 Op verzoek van boekhandel Kooyker heb ik Frits Spits geïnterviewd over zijn boek met hoogtepunten uit het Nederlandstalig repertoire van de afgelopen 50 jaar. Het is mijn vak niet, maar het was niet echt moeilijk. Hij vertelt graag en liefdevol over muziek en taal. Laten dat nu ook twee van mijn hobbies zijn. De Avondspits van Frits

3. Fietsen

 Dit jaar reed ik op mijn race- en tourfiets in totaal meer dan 6500 km. Dat is ruim 1500 meer dan vorig jaar, dat ook al een topjaar was. De fietsvakantie naar Engeland was goed voor bijna 1000 kilometer. Het fietsen in de UK raad ik niemand aan, maar het was toch wel cool om over The White Cliffs of Dover te fietsen. UK by bike (1), Runkeeper (UK by bike 2), National Cycle Network (UK by bike 3).

2. 50

KEES50 kaartOuder worden is geen verdienste, maar het was wel heel leuk om dit jaar mijn 50e verjaardag te vieren. Daarmee ben ik even oud als de oudste hitlijst van Nederland: de Top 40 50.

1. Jordanië

 Op eigen houtje reizen door een Arabisch land vind ik best spannend. Een ticket op een lijnvlucht naar Amman, daar een auto gehuurd en dan een week door een land rijden met vrijwel geen borden, laat staan borden met ‘gewone’ letters. Hoogtepunten volop, maar een dag en nacht doorbrengen in de woestijn was wel het meest bijzonder. Arabian Night (1000 & 1).

Advertisements

Saint Malo (All the light we cannot see)

Deze zomer las ik de roman die dit jaar de Pulitzer Prize voor fictie heeft gewonnen. De Amerikaanse auteur Anthony Doerr schreef een meeslepend verhaal over een Duitse jongen en een Frans meisje die allebei als kind betrokken raken in de Tweede Wereldoorlog en daardoor erg snel volwassen worden. De jongen is een wees en woont met zijn zusje in een weeshuis. Het meisje is op jonge leeftijd blind geworden en heeft alleen nog haar vader. Die is curator in een natuurhistorisch museum in Parijs. Zij vluchten naar het Franse kustplaatsje Saint Malo. De vader heeft de opdracht een waardevolle diamant te verbergen voor de Duitse bezetters.  

 All the light we cannot see (Als je het licht niet kunt zien) geeft een prachtig beeld van Saint Malo. Het zou me niet verbazen als hier het Dan Brown-effect optreedt en het aantal bezoekers zal stijgen als gevolg van nieuwsgierige lezers. Voor mij was het in ieder geval aanleiding om deze hefstvakantie het plaatsje te bezoeken. Het oude centrum (Intra Muros) is een soort postzegelstadje. Je kunt bijna rondom over de stadsmuren lopen en dat kost je niet heel veel tijd. Alle huizen en panden staan erg dicht op elkaar en de straatjes zijn niet breed. Het leukst is het om de vestingstad vanaf het strand te benaderen. Bij eb is het strand heel breed en een beetje zompig. Net als bij Mont Saint Michel, dat hier niet ver vandaan ligt. 

 Er valt overigens veel aan te merken op het boek van Anthony Doerr. Er staan nogal wat anachronismen in. Het is een allegaartje van stijlen: van sociaal drama tot fantasy-elementen à la Raiders of the Lost Ark (volgens de legende maakt de diamant met de mooie titel ‘Sea of Flames‘ zijn eigenaar onsterfelijk en daarom willen de Duitsers hem hebben). Het verhaal is te lang, onwaarschijnlijk, voorspelbaar en weinig subtiel. De reden dat het zich in Saint Malo afspeelt is niet erg duidelijk; waarschijnlijk vanwege het mooie decor voor een romantisch verhaal en omdat de stad het strijdtoneel was in 1944 toen de geallieerden Europa gingen bevrijden. De stad raakte verwoest, is heropgebouwd en nu een belangrijke toeristische attractie. En het boek is ondanks de gebreken een easy read en een bestseller. Daar had het geen Pulitzer voor nodig.

National Cycle Network (UK by bike 3)

We waren niet de enige fietsers, die de boot naar Dover namen. De meeste met bepakking en regenkleding aan. Je moet een beetje avontuurlijk aangelegd zijn om in Engeland te gaan fietsen. Vorig jaar deden we in Wales een groot stuk van de B5. De B staat voor Bicycle Route en de 5 geeft het nummer aan binnen het zogeheten National Cycle Network. Dat klinkt serieus en professioneel.

 Deze keer zouden we vooral de B2 doen. Die loopt ongeveer langs de hele zuidkust. Zeg maar van Dover tot Plymouth. Op Internet en in mijn fietsreisgids stond dat het traject nog niet helemaal aaneengesloten is, maar dat daar hard aan wordt gewerkt.

Engeland is echter een onderontwikkeld land wat betreft fietsen. Fietsen is voor daredevils en excentriekelingen, zoals Boris Johnson. De conditie van de fietspaden is niet vergelijkbaar met een fietsland als Nederland. Dat start meteen al in Dover, waar de B2 over de kliffen gaat via een steil, smal grindpad dat overgaat in een soort knollenveld. Goed terrein voor een mountainbike,  maar niet echt geschikt voor andere fietsen.

 Andere barrières zijn de vele hekjes, gevaarlijke oversteken, drempels, geparkeerde auto’s en een heel stuk door een weiland. Dat verwacht je niet voor een National Cycle Network.  Soms waren er al goede stukken fietspad aangelegd om de zwakke stukken te vermijden, maar waren de bordjes nog niet aangepast. Er wordt dus wel degelijk gewerkt aan uitbreiding en verbetering. De stukken langs de zee, over de kliffen of via de boulevards gaven prachtige uitzichten over het water. Want uiteindelijk is het een prachtig stuk Engeland dat je op de fiets beter kunt waarderen dan met de auto.

Lees ook deel 1 UK by bike en deel 2 Runkeeper Rules (UK by bike 2)

RunKeeper rules (UK by bike 2)

Dit is een blog over statistieken! Bij het binnenrijden van Eastbourne stond een groot reclamebord: The Sunny Coast of England. De Engelse Zuidkust staat bekend om de relatief vele zonuren, de palmen die her en der groeien en de Engelse mistral. Alles is relatief natuurlijk. Want Engeland staat niet bekend om zijn zomerse zonnige klimaat. Als rasoptimist ging ik er uiteraard van uit, dat het in juli wel goed weer zou zijn in dit deel van The UK.

 Als moderne sportieve reiziger moeten er twee apps mee op reis: The Weather Channel en RunKeeper. Elke dag stellen we ons fietsschema samen op grond van de ervaringen tot dan toe en op basis van de weersvoorspelling. The Weather Channel informatie ziet er heel profi uit met zelfs percentages kans op neerslag. Helaas is de praktijk weerbarstig. De dag dat we vertrokken uit Brugge was de kans op neerslag 30-40%. Als rasoptimist denk ik dan: “60 tot 70% kans dat het droog blijft.” We zaten nog geen tien minuten op de fiets of het begon te regenen, eerst aarzelend maar daarna vol overtuiging. De kans op zuidwesten wind is op ons parcours ook het grootst. En inderdaad stompen we op de trappers langs de kust tegen een stevige zuidwestenwind in. Soms gaat de weg naar beneden en komen we amper boven de 20 kilometer per uur uit. Nu maar hopen dat we op de terugweg diezelfde wind in de rug hebben.

 Het meest essentiële is natuurlijk RunKeeper, de app die perfect bijhoudt waar je hebt gefietst, hoe lang je erover hebt gedaan en hoeveel calorieën je daarbij hebt verbruikt. Het is mijn logboek voor mijn trips en routes. Zonder RunKeeper tellen de statistieken gewoon niet. Als mijn batterij het halverwege begeeft is er kleine paniek. Dan kun je altijd nog met de hand de statistieken van je fietscomputer inbrengen, maar dan kun je niet zo mooi zien waar je precies gefietst hebt. Mijn doelstelling is om dit jaar 5000 kilometer te fietsen op mijn racefiets en mijn tourfiets. OK zit al op 70%. Als rasoptimist weet ik één ding zeker: “Dat ga ik halen!”

Lees ook deel 1: UK by bike (1)

UK by bike (1)

Één keer eerder ging ik op fietsvakantie, ergens halverwege de jaren 90. Met de auto gingen we naar de Atlantische kust onder Bordeaux. Vandaar ging ik in mijn eentje op de racefiets naar de Middellandse Zee. Het was nog voorjaar en ik had mijn kampeerspullen bij me. Het bleek echter nog te vroeg in het seizoen. Dus had ik in het plaatsje van mijn eerste stop meteen al pech. De camping die ik in de reisgids had gevonden was opgeheven. Dit was het pre-Internet tijdperk. Dus sliep ik in zo’n typisch Frans hotelletje met één of hooguit twee sterren. Authentiek heet dat dan, maar tegenwoordig laat ik ze links liggen.

Ook sliep ik een keer bij een boerderij, waar een camping à la ferme werd gebouwd. De eigenaar had er vast alle vertrouwen in, maar ik geloofde er niet in. Alles was schots en scheef gebouwd en het douchewater werd amper warm. Maar ja, als je op de fiets reist, rijd je niet nog eens 10 kilometer om een betere camping te vinden.

De één na laatste avond kwam ik in een stad waar wel een camping was, maar die was nog verlaten en het gras stond ongeveer een halve meter hoog. Het was een hete dag geweest, ik kwam laat aan en besloot dan maar wild te kamperen. De camping lag aan de rand van de stad naast een voetbal- en rugbyveld. De sanitaire voorziening op de camping was gesloten dus klom ik over het hek.  Op het sportcomplex waren de douchehokken open en operationeel. Het douchen en wild kamperen in mijn uppie voelde allebei spannend maar niet echt comfortabel. Maar ik was blij dat aan het eind van mijn tocht de camping die ik aan de Middellandse Zee had uitgezocht, gewoon open was. 

 Na deze eerste niet echt geslaagde ervaring heb ik de fietsvakantie afgestreept. Been there, done that. Toch ben ik zo’n twintig jaar later toch op een echte fietsvakantie. Dus met fietstassen achterop van huis uit vertrekken en kijken hoe het gaat. De kampeerspullen gaan niet mee. Dat onderdeel heb ik vaarwel gezegd. Het plan is een tocht te maken langs de Engelse Rivièra. Hoe dat uitpakt ga ik de komende tijd in een reeks blogs bijhouden. 

 

Tour de France in Schipluiden en Parijs

Ik heb het opgezocht: 1973. Ik was 8 jaar oud. Het was hartje zomer, snikheet en we gingen die dag niet zwemmen in de Vlaardingse Vaart of de Gaag. Nee mijn oudere broers namen mij en mijn vriendje mee op sleeptouw. Want we moesten een mooi plekje zoeken om de Tour te zien. Ik kan het me haast niet meer voorstellen, maar dé Tour de France kwam die dag door mijn geboortedorp Schipluiden.

tourdefrance1973a

De reclamekaravaan op de Dorpstraat voor de Spar

We zochten een plekje op een van de vele ophaalbruggen over de Gaag. De slingerweg tussen Schipluiden en Maasland was een mooie plek, waar we goed zicht dachten te hebben op het grootste wielerevenement ter wereld. In mijn herinnering moesten we uren wachten, totdat er eindelijk iets gebeurde. Dat was de reclamekaravaan, die voor de renners uitreed. Er werd kauwgum gestrooid, wat wij erg leuk vonden. Dat kregen we immers thuis niet. Na die karavaan duurde het nog heel lang, voordat het peloton met een kanonsvaart in een flits voorbijschoot. Ik weet niet eens meer of we tijd hadden om te juichen. En toen was het voorbij. Als kind vond ik het één grote deceptie en begreep ik niet hoe bijzonder het is als de Tour door jouw dorp komt.

Kees in Parijs 1985

Bij de Arc de Triomphe in 1985

Toen ik 19 was ging ik liftend op vakantie door Frankrijk. Met een minimum aan bagage en geld ging ik het grote avontuur tegemoet. In Parijs aangekomen vond ik een jeugdherberg. Daar leerde ik een Amerikaanse leeftijdsgenoot kennen met wie ik de stad ging verkennen. Eén avond waren we te lang in het café blijven hangen, waardoor we de laatste metro van kwart voor één hadden gemist. Dus met een taxi naar de jeugdherberg die natuurlijk ook al gesloten was. Nou lag onze slaapzaal in een soort souterrain en het klapraam stond open. Dus kropen we door het raam, maakten iedereen in onze slaapzaal wakker. Grote consternatie, maar op straat slapen vonden we iets te avontuurlijk.
Anderson_P4De Amerikaan vertrok naar Engeland, maar ik bleef nog een dag extra, want die zondag zou de Tour arriveren in Parijs op de Champs Elysées. Dat wilde ik wel eens meemaken. Dus ging ik weer op tijd op zoek naar een plekje. Dat was nog best ingewikkeld, maar ik had een goede plek in een van de bochten gevonden. Op een gegeven moment reed Phil Anderson (5e in het eindklassement 1985) vlak voor onze ogen lek. Het duurde minder dan 30 seconden, voordat een knecht van de fiets sprong, zijn fiets aan Phil Anderson gaf en wachtte op een volgauto voor een vervangend wiel. Echt een mooi moment.

Dit jaar is de Tour weer in Nederland. Geweldig dat de Grand Départ in Utrecht plaatsvindt. Maar ik hoef er niet heen. Ik koester de onschuldige herinneringen aan de Tour van 1973 en 1985. En als de Tour iets niet meer heeft, dan is het onschuld.

Arabian Night (1000 & 1)

Ik weet niet precies wat zijn naam is, maar dit heb ik verstaan: Al-Walik. Hij is de gids die ons in Wadi-Rum staat op te wachten. Op vakantie in Jordanië vind ik al spannend met alleen een vliegticket en een van tevoren gehuurde auto. Maar zoals in de meeste landen kom je met een reisgids en creditcard eigenlijk overal.

Een van de must-sees volgens de Lonely Planet is een overnachting bij de Bedoeïenen in de Wadi-Rum woestijn. Kamperen in een tent heb ik een paar jaar geleden afgezworen en ik merk bij mezelf een innerlijke blokkade om in een woestijn in een land in het Midden-Oosten waar ik de taal niet ken, waar ik de gebruiken nauwelijks ken de nacht door te brengen. De alternatieven zijn volgens de reisgids beperkt. Maar het vreemde is, dat al mijn twijfel en voorbehoud als sneeuw voor de zon verdwijnen, als Al-Walik in redelijk goed Engels uitlegt hoe het werkt. Ik heb ineens vertrouwen in hem en geef me eraan over.

De ervaring begint met een tocht op een kameel. Na een klein uur hobbelen, terwijl het jongere broertje de kamelen opjut. Daarna gaan we verder in de 4W-drive van Al-Walik en rijdt hij ons door de woestijn naar alle bezienswaardige plekken. De kleuren zijn prachtig: de gele bergen, het rode zand en de blauwe lucht. 

Aan het eind van de middag is de aankomst bij het kamp, waar Al-Walik ons na betaling achterlaat. Dit voelt als het ultieme vertrouwen. Er is verder niemand in het kamp, behalve één Bedoeïen. Na twee uur komen de overige gasten aan. Dat voelt toch een beetje bevrijdend. Na zonsondergang eten we een traditionele maaltijd met kip en rijst, er is live muziek en een open vuur. De hemel is helder en de wind koud, dus het is vroeg de tent in. De volgende ochtend worden we na een simpel ontbijt teruggebracht naar onze auto, waar we onze reis vervolgen naar Petra, een ander hoogtepunt in Jordanië.



De gids vertelde dat het toerisme in zijn land te lijden heeft onder de situatie in het Midden-Oosten. Ook wij hebben getwijfeld toen er een piloot uit Jordanië levend was verbrand. Gelukkig hebben we doorgezet. Onder druk van  de media worden we in ons leven al teveel beïnvloed door zaken die mis kunnen gaan. Gelukkig gaat het meeste uiteindelijk gewoon goed!